Sinds kort houdt een groepje KNNV-leden zich bezig met het opruimen van natuurgebieden van de Gemeente Breda. We lopen individueel (op ruim 1,5 meter van elkaar) door het terrein en stoppen alle blikjes, plastic zakjes, flesjes, mondkapjes, enz. in een vuilniszak en leveren die na afloop in bij de auto van één van de leden. Leuk werk! Lekker buiten zijn en contact onderhouden. En genieten van de natuur.

Op 14 december jl. was het de beurt aan het gebied “Tussen de Leijen”. Dit gebied ligt in de oksel van de zuidelijke rondweg en de oprit naar de A27. Het ligt rondom de velden van de voetbalvereniging JEKA.
Het 10 hectare grote natuurgebied is een belangrijke ecologische schakel. De naam heeft te maken met de ligging tussen de beken Molenleij en Bavelse Leij. Sinds kort heeft het gebied een nieuwe indeling. Het deel tegen de voetbalvelden is aangewezen als hondenlosloopgebied en het andere deel is rustgebied voor wilde dieren en planten en is niet toegankelijk. Tot voor kort liepen de honden overal. Er ontstond grondverontreiniging door al de uitwerpselen en de wilde dieren werden te verstoord.

Onder het hek tussen het rustgebied en het hondenlosloopgebied vond één van ons witte, slijmerige balletjes. ‘Sterrenschot’ wist een groepslid te melden. Voor de kijkers/luisteraars van Vroege Vogels niet onbekend.
Sterrenschot bestaat uit een geleiachtige brij ter grootte van een kippenei. Het is afkomstig uit het lichaam van een vrouwtjeskikker of- pad die door bijvoorbeeld een reiger of een buizerd is verorberd. De witte substantie wordt onder normale omstandigheden in de voortplantingstijd toegevoegd aan de eitjes en dat geheel wordt vervolgens als dril in het water afgezet. Die mannetjes zitten altijd al klaar op de rug van het vrouwtje. In het water zwelt de substantie flink op. Zo ook in de vochtige maag van een predator. De rover krijgt waarschijnlijk buikpijn en braakt de gelei uit.
Meestal wordt dit sterrenschot gevonden in het vroege voorjaar wanneer kikkers en padden uit hun winterbergplaats tevoorschijn komen om zich voort te gaan planten. In de huidige zachte winters wordt dat kennelijk anders.
Vroeger dacht men dat het witte spul resten waren van vallende sterren. Het wordt ook wel heksensnot genoemd: men dacht dat voorbijvliegende heksen hun neus hadden gesnoten.

Sterrensnot

Deel deze pagina