Er zijn tot eind februari 2021 geen activiteiten.

 

 

In de nazomer en herfst zijn er ondanks de droge zomer voor de vlinders verschillende soorten waargenomen. Onder de diehards waren natuurlijk het Kleine koolwitje, Atalanta, Bonte zandoog en zelfs de late Kleine vos. Daar gaat het overigens niet goed mee volgens de Vlinderstichting. Dat is natuurlijk verbijsterend omdat we gewend zijn om deze vlinder veel te zien in ons gebied! Het gaat wel goed met Zoomen! De afgelopen tijd zijn er verschillende zoomlezingen gehouden. Voor degene die het niet kunnen volgen geef ik een klein verslagje van de minilezing over de Bij, Hommel en Zweefvlieg.

Eerst wat algemene overeenkomsten en verschillen tussen deze vliesvleugeligen.

Iedereen weet dat insecten zoemen maar, en dat hoor je als je bij een bloeiende plant staat, iedere soort heeft zijn eigen zoem. Hoe groter het insect des te lager de zoem. Zelfs het verschil tussen een zweefvlieg en bij is te horen. Uiteraard zijn er uitzonderingen als het gaat om grootte van het insect. Het is een feestje om bij zo’n bloeiende plant, bijvoorbeeld late zomerastertjes, te luisteren. Het zoemen ontstaat door de supersnelle beweging van de vleugels. Insecten hebben een eigen taal en via veel gezoem kun je makkelijk de honingpot of een partner vinden. Automatisch nemen alle drie soorten stuifmeel mee op hun zoektocht naar nectar. Voor mij was het nieuw om te beseffen dat de hommel het meeste stuifmeel vervoerd. De honingbij doet dit in mindere mate. De zweefvlieg waar we lang weinig informatie over hadden is een belangrijke bestuiver bij voedselgewassen. Eigenlijk onmisbaar zou je kunnen zeggen. Gelukkig gaat het helemaal niet slecht met de honingbij, sterker nog zij verdringt de wilde bij. Wanneer er een bloem bezocht is laten onze zoemers een feromoon (geurstof) achter, en ja, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, zo ruikt een ieder die de bloem wil bezoeken dat de nectar op is. Op deze manier voorkomen zij nodeloze energie verspilling. Dus op naar de volgende bloem. Mooi toch!

Kenmerken

De bij en hommel hebben vier vleugels. Tijdens de vlucht is dit door de snelle vleugelslag moeilijk te zien. De zweefvlieg heeft er slechts twee. Gelukkig zitten zij vaak stil en poetsen zij hun ogen en voelsprieten wanneer deze vol met stuifmeel zitten. Er zitten z.g. borsteltjes aan de poten!

De zweefvlieg doet aan mimicry en dat geeft problemen bij het determineren, want de ene keer lijkt hij op een hommel, dan weer op de bij of zelfs een wesp. Maar het is een mooie manier om je vijand te misleiden.

Toch kun je de zweefvlieg goed herkennen want hij heeft hele korte voelsprieten of sprietborstels. De bij en hommel hebben behoorlijk lange voelsprieten en bij  alle drie de soorten zit het gehoor, tastzin en reuk in de voelspriet.

De bij en hommel hebben een kaak. Van de hommel weten we dat hij gaatjes maakt in een bloem waar de nectar diep zit daar kan hij met zijn tong goed bij. De zweefvlieg is kaakloos en heeft een korte tong.

Dat gezegd hebbende is er nog een opmerkelijk verschil want de zweefvlieg heeft geen angel en kan niet steken. Van de hommels kun je het mannetje rustig oppakken, die mist het ‘steekwapen’. Maar wel uitkijken want het is behoorlijk lastig om het verschil te zien tussen man en vrouw!

Wie hebben er de grootste ogen? Nou, kijk de zweefvlieg wanneer die voor je ogen zweeft, maar eens diep aan. Ja, zweefvliegen hebben grote bolle ogen die vrij dicht bij elkaar staan. Die van bij en hommel zijn smaller en kleiner.

Op internet kun je nog veel meer verschillen en overeenkomsten vinden. Via de App Obsidentify gaat het determineren van de bij, hommel en zweefvlieg wat makkelijker, toch is het daar opletten geblazen want de app geeft regelmatig foutmeldingen. Navragen bij experts kan geen kwaad.

In februari komt er een minilezing via Zoom over de verschillen en overeenkomsten van Dagvlinders, Dag- actieve Nachtvlinders en Nachtvlinders.

Probeer Zoom eens , het is niet moeilijk.

Tot zoems,

Voorlopig gaan de werkgroepbijeenkomsten NIET door. Wanneer hier verandering in komt laten we dit via internet en nieuwsbrief weten, maar wil je meer weten over onze activiteiten neem dan gerust contact op.

T: (0229) 24 95 46, E: henny@watersnuffel.nl.

 

 

 

 

 


 
 

 Volg de nieuwsbrief en kijk op de website voor meer informatie!

Suyderbraeck,De werkgroepsvergaderingen zijn op de Suyderbraeck, steeds van 20:00-22:00. 

Ineke Kraaijeveld,
Zesstedenweg 20A,
1634 DN Scharwoude,
De Kraaienbende van Ineke Kraaijeveld

Wat ook welkom is zijn foto's of dood materiaal. Die kunnen we dan op de avond gebruiken om te gaan determineren. Dus neem wat mee. En neem al uw vlinderwaarnemingen mee voor het archief van ons en de Vlinderstichting.
Het spreekt vanzelf dat elke belangstellende KNNV'er altijd welkom is op de vlinderexcursies en bijeenkomsten!

Waarnemingen
Met nadruk vragen we aan jullie om je waarnemingen zo snel mogelijk op te sturen naar ondergetekende. Met naam, datum, plaats en hoeveelheid. Wanneer het bijzondere soorten betreft kunnen wij dit direct op internet zetten of doorgeven aan de krant. Waarnemingen van de gewone soorten kun je ook verzamelen en 1x per maand op sturen dat is prettiger om te verwerken (database), anders komt er aan het einde van het jaar een enorme hoeveelheid werk over ons heen.

Het totaaloverzicht van de vlinders en libellen gaat jaarlijks naar de Vlinderstichting. Het is prettig wanneer je alle soorten waarnemingen aan de coördinator doorgeeft want dan weten we direct waar de insecten w.o. vlinders/libellen in onze regio zitten. En dat is zeker bij bijzondere waarnemingen van belang. Dan kunnen deze op onze website worden geplaatst. Dat kan digitaal (waarnemingsformulier) maar ook schriftelijk met vermelding van datum, soort, straat + huisnummer, plaats (X-Y), datum en persoon(naam).
Voor het jaaroverzicht is dit eveneens erg belangrijk. Stuur deze waarnemingen dus niet naar andere organisaties zoals Telmee, Vlinderstichting, Waarneming.nl want dan weten wij niet wat er precies in onze regio leeft. En het voorkomt dubbele tellingen bij de andere organisaties. Met de Vlinderstichting heeft de insektenwerkgroep een prima contact.

Vragen of meldingen
Henny van der Groep,

T: (0229) 24 95 46, E: henny@watersnuffel.nl

Deel deze pagina